phobia

Herkenning

Bij een enkelvoudige fobie speelt angst voor en vermijding van een enkele situatie of object. De meest bekende voorbeelden zijn angst voor spinnen/insecten, hoogtevrees en angst voor besmetting. Wanneer de persoon in een situatie terechtkomt waar hij bang voor is, ontstaat een paniekgevoel of zelfs een volledige paniekaanval. Om deze nare gevoelens te voorkomen zal hij de situaties uit de weg gaan waar confrontatie met het gevreesde object (spin) of de gevreesde toestand (hoogte) te verwachten is.

Vrijwel iedereen met een enkelvoudige fobie beseft dat de angst overdreven en niet reëel is; toch kan hij deze angst niet onderdrukken bij confrontatie met de gevreesde situatie.

Achtergrond

De enkelvoudige fobie komt veel voor: bij 5-10% van de bevolking; twee maal zoveel vrouwen als mannen hebben er last van. De aandoening ontstaat meestal in de kinderjaren (tussen de 5 en 12 jaar), waarbij angst voor insecten op jongere leeftijd ontstaat dan angst voor bloed. Over het beloop van de fobie is weinig bekend. Er zijn vele verschillende vormen van enkelvoudige fobieën.

Fobieën komen in families voor, maar dat wil nog niet zeggen dat de aandoening erfelijk is. Over het ontstaan is nog nauwelijks iets met enige zekerheid bekend, met name omdat het tot nu toe niet goed is onderzocht.

Behandeling

Begrip te tonen is iets anders dan het vermijdingsgedrag ondersteunen of zelfs aanmoedigen. Wanneer de persoon erg onder de fobie lijdt, of er duidelijk minder goed door functioneert, is aan te raden een gedragstherapie te volgen. Behandeling met medicijnen heeft weinig tot geen zin.