posttraumatic stress disorder

Herkenning

Het hoofdkenmerk van de posttraumatische stressstoornis (PTSS) is het optreden van terugkerende 'herbelevingen' van de traumatische gebeurtenis. Tijdens de herbelevingen is het alsof de patiënt de traumatische gebeurtenis geheel of in brokstukken weer meemaakt. Tevens behoren vermijding van situaties die aan het trauma herinneren, emotionele vervlakking en verhoogde waakzaamheid tot de kenmerken.

De herbelevingen hebben een zeer realistisch karakter en zijn derhalve voor de patiënt bijna even bedreigend als de oorspronkelijke traumatische situatie. Zij kunnen de vorm aannemen van beelden, gedachten of waarnemingen, zoals het horen van geluid (gegil van stervenden, ontploffen van granaten), het ruiken van verbrande lichamen en dergelijke. De verschijnselen kunnen optreden in wakende toestand maar komen vaker voor tijdens nachtmerries. Soms zullen patiënten tijdens deze herbelevingen (in nachtmerries en/of overdag) handelen alsof zij de situatie meemaken.

Patiënten met posttraumatische stressstoornis zullen situaties uit de weg gaan, die hen doen herinneren aan de traumatische gebeurtenis. Zo zullen zij die getraumatiseerd zijn door gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog zo min mogelijk over die periode lezen, daar niet over willen spreken en herdenkingsplechtigheden mijden.

De intensiteit van gevoelens voor leuke, maar ook nare gebeurtenissen is afgenomen, de emoties lijken afgestompt

De patiënten zijn voortdurend overdreven waakzaam en schrikachtig, zodat zij moeite hebben om in te slapen. Daarnaast kunnen zij prikkelbaar zijn of plotseling boos worden. Problemen met concentreren worden ook veel gezien. Het is alsof de persoon voortdurend op zijn hoede moet blijven voor naderend onheil.

Achtergrond

De posttraumatische stresstoornis komt waarschijnlijk bij 1 à 3% van de bevolking voor Na een ernstig trauma treden er klachten op bij 65% van de mensen. Hiervan herstelt een derde en de rest houdt klachten. Bij 50-90% van de patiënten komen ook andere psychiatrische stoornissen voor, met name depressieve stoornis en alcohol- en drugsgebruik

Zonder trauma ontstaat er geen posttraumatische stressstoornis. Traumatische gebeurtenissen aangedaan door mensen (moorden, verkrachtingen) leiden sneller tot PTSS dan traumatische gebeurtenissen die optreden als gevolg van natuurrampen (overstromingen, aardbevingen). Sommige mensen doorstaan zeer ernstige en langdurige trauma's zonder PTSS te ontwikkelen, anderen houden al na een mild trauma langdurige klachten.

Waarom sommige mensen een posttraumatische stressstoornis ontwikkelen en anderen niet, is niet duidelijk. Wel is gevonden dat posttraumatische stressstoornis vaker bij beide helften van een eeneiige tweeling voorkomen dan bij beide helften van twee-eiige tweelingen (dergelijke studies zijn met name bij veteranen in het Amerikaanse leger gedaan) hetgeen suggereert dat er een gevoeligheid voor het ontwikkelen van posttraumatische stressstoornis bestaat die gedeeltelijk bepaald wordt door erfelijke factoren.

Behandeling

De patiënt met een posttraumatische stressstoornis wil iever niet over zijn klachten en herinneringen spreken. Dit bemoeilijkt het contact met een dergelijke patiënt, laat staan het praten over zijn problemen.

Het is belangrijk de patiënt in deze gevoelens te respecteren en hem niet onder druk te zetten om toch over deze nare en dramatische herinneringen te spreken. Dat kan beter aan een professionele hulpverlener worden overgelaten. Belangrijker nog is de persoon in kwestie te laten merken dat er begrip bestaat voor de klachten en voor het feit dat deze pas jaren tot decennia na het doormaken van de traumatische gebeurtenissen zijn ontstaan.

Het is goed om de patiënt duidelijk te maken dat de klachten behandelbaar zijn zodat hij wordt gemotiveerd hulp te zoeken. Het zoeken naar hulp wordt belemmerd door het schuldgevoel het trauma overleefd te hebben. Er kan ook schaamte bestaan voor de gebeurtenis zelf, zoals een verkrachting.

Wanneer men beseft dat schuldgevoelens bestaan, men kan er van uitgaan dat dit het geval is bij de meeste mensen die rampen en andere traumatische gebeurtenissen hebben overleefd, moet men hierover met de betrokkene praten. Het is al een enorme opluchting wanneer de patiënt merkt dat anderen door hebben dat er schuldgevoelens zijn.

Individuele psychotherapie is er in eerste instantie op gericht de patiënt te steunen, er voor te zorgen dat de patiënt accepteert wat er is gebeurd. Niet altijd kan het gehele trauma worden besproken en moet de professionele hulpverlener delen laten liggen. Groepstherapieën zijn ook vaak nuttig, met name omdat de patiënt ziet dat anderen dergelijke trauma's hebben doorgemaakt en er een gevoel van verbondenheid in de groep ontstaat, waaraan veel steun aan kan worden ontleend.

Een veel toegepaste therapie is EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing). Bij deze behandeling wordt de patiënt uitgenodigd om een nauwkeurig verslag van het trauma te doen en het meest aangrijpende beeld er uit als een foto stil te zetten. Tijdens horizontale oogbewegingen of het besluisteren van links en rechts afwisselende klikjes via een hoofdtelefoon, wordt  de patiënt uitgenodigd om naar dat beeld te blijven kijken en het op die manier geledelijk te leren verdragen. Binnen een veilige en vertrouwde setting kan deze confronterende therapie na enkele sessie met een hoog succespercentage worden afgesloten: het trauma is dan van zijn emotionele lading ontdaan. Meer uitleg over EMDR vindt u op de website van de Vereniging EMDR Nederland.

De psychotherapeutische behandeling kan worden ondersteund door medicijnen, zoals SSRI's en MAO remmers. Zeker wanneer er ook andere psychiatrische problemen zijn zal de behandeling daarvan kunnen bijdragen aan het verminderen van de PTSS symptomen.