Obsessive-compulsive personality disorder

herkenning

Wanneer je iemand met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis leert kennen dan zal het niet moeilijk zijn deze stoornis te herkennen en te benoemen. Mensen met een dergelijke stoornis zijn mensen die heel perfectionistisch zijn, alles op hun eigen manier willen doen. Terwijl ze een hart van goud kunnen hebben missen zij soms de spontaniteit en flexibiliteit die mensen tot aangenaam gezelschap kunnen maken. Ze zijn altijd beheerst en als ze dat niet zijn dan zijn ze ook helemaal van streek. Omdat het zich bezighouden met de regels en procedures als het ware in hun karakter is gaan zitten, zijn het vormelijke mensen die het onverwachte moeilijk toelaten en soms weinig gevoel voor humor lijken te hebben. Het zijn harde werkers, bereid om over te werken om het helemaal goed te doen, maar niet bereid om te improviseren of het eens helemaal anders te doen. Ze passen zich slecht aan, sluiten niet gemakkelijk compromissen en kunnen zich autoritair opstellen. Uiteindelijk zijn zij bang om fouten te maken en daardoor onderhevig aan twijfels. Het zijn de mensen die op ieder voorstel bijna zonder nadenken kunnen reageren met: "ja, maar".

Wanneer je een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis hebt dan maakt de wens om alles netjes en precies te doen deel uit van je karakter. Je voelt het zo, je wilt het graag zo en zo ben je nu eenmaal. Het is niet prettig dat anderen je daarin niet helemaal kunnen volgen, maar jij snapt niet dat anderen zo nonchalant met dingen om kunnen gaan. Er is voor jou weinig reden om te veranderen. Je probeert er niet op te letten hoe anderen hun leven inrichten, je denkt dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitzoeken, maar eerlijk gezegd zou het best kunnen zijn dat je er geen idee van hebt hoe anderen het doen. Dat kan leiden tot een gevoel van grote eenzaamheid. Je zou er graag bijhoren, maar je gaat niet dansen omdat je het niet goed kunt. Je nodigt mensen niet te eten uit omdat je niet zo goed kunt koken als je wel zou willen. Je stelt, kortom, misschien wel te hoge eisen aan jezelf en daardoor kom je wel eens wat tekort. Het kan zelfs zo zijn dat je anderen oppervlakkige flierefluiters vindt en dat je van binnen een tweestrijd voelt tussen je aangetrokken voelen tot mensen en de onmogelijkheid om het lang met ze uit te houden omdat je je mateloos gaat ergeren. Terwijl je dit leest houd je misschien de tijd in de gaten omdat je niet te laat op een afspraak wilt komen.

achtergrond

Mensen met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis worden gekenmerkt door emotionele onbuigzaamheid, ordelijkheid en eigenwijsheid, maar ook door twijfelzucht en besluiteloosheid. Perfectionisme is ook een belangrijke eigenschap. Mannen hebben vaker dan vrouwen deze persoonlijkheidsstoornis. Het is niet bekend hoe vaak de stoornis in de bevolking voorkomt. Eerstegraads familieleden hebben meer kans de stoornis ook te hebben. De achtergrond van deze mensen is vaak een zeer strenge opvoeding. Adolescenten met deze persoonlijkheidsstoornis kunnen in de omgang met anderen soms spontaan milder worden. In de loop van het leven kunnen er perioden zijn waarin dwanggedachten (obsessies) en dwanghandelingen (compulsies) optreden. In ernstige gevallen kunnen zelfs waanideeën de overhand krijgen en kunnen verschijnselen van schizofrenie het beeld gaan bepalen. Depressies komen op latere leeftijd veelvuldig voor. Het onderscheid met de dwangstoornis kan zeer moeilijk zijn.

Het moet volgens de regels, in de juiste volgorde en zoals het in het hoofd zit van de persoon met obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Mensen met deze stoornis kunnen zo met de ordelijkheid en de regels bezig zijn dat zij de hoofdzaak uit het oog verliezen. Vaak zijn zij perfectionistisch, zodanig dat zij hun werk niet op tijd volgens hun eigen strikte maatstaven afkrijgen. Werk en productie zijn belangrijker dan plezier en ontspanning; vriendschappen kunnen op hun nuttigheid beoordeeld worden. Zij hebben een streng geweten en gooien het niet gauw op een akkoordje. Iemand met obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis heeft moeite met dingen weggooien, zelfs als zij geen enkele emotionele betekenis hebben. Taken delegeren vinden zij moeilijk tenzij zij zeker weten dat zij exact op hun manier worden uitgevoerd. Vaak zijn zij niet zo vrijgevig en denken zij hun geld beter te kunnen bewaren voor de rampen die de toekomst kan brengen. Zij kunnen zeer koppig en star zijn. Zij kunnen echter binnen een beperkt gebied expert zijn en daar op bijzonder hoog niveau functioneren.

behandeling

Iemand met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis is net zo kwetsbaar als ieder ander, ook al zou je dat niet zeggen wanneer je iemand zo zelfverzekerd bezig ziet alles te doen zoals hij of zij vindt dat het moet gebeuren. Vaak stuit je op onbegrip wanneer je tegen zo iemand in wilt gaan. De wereld lijkt zich in twee groepen te verdelen: de ene groep kan er tegen en de andere groep ergert zich aan deze mensen. Maar er tegen kunnen wil nog niet zeggen dat je het op prijs stelt. Het is namelijk niet makkelijk om te voldoen aan alle eisen die iemand met een obsessief compulsieve persoonlijkheid aan je stelt. Zeker wanneer er echte dwangverschijnselen in het spel zijn dan zal het moeilijk zijn om je niet te laten inschakelen in een serie zinloze rituelen. Vaak is het zo zielig om aan te zien hoe iemand aan een dwangstoornis lijdt dat het onmogelijk is om, als familielid of andere liefhebbende naaste, niet toe te geven. Het helpt echter niet. Belangrijk is dat je respect houdt en begrip probeert te krijgen voor de persoon met deze stoornis. Juist omdat zij zelf goed doorhebben hoe anders zij zijn dan anderen, zijn mensen met deze stoornis zeer gevoelig voor afwijzing, bang om uitgelachen of in de steek gelaten te worden en zij voelen zich vaak onbegrepen.

De meeste mensen met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis lijden onder hun beperkingen en kunnen uit zichzelf therapie zoeken om er iets aan te doen. Zij kunnen het erg op prijs stellen om een therapie te ondergaan waarbij zij vrij mogen vertellen wat er in hen omgaat en waarbij de therapeut geen adviezen of opdrachten geeft. Mocht deze dat wel doen dan kan er strijd ontstaan. Het ligt voor de hand om in een vroeg stadium toch voor deze laatste aanpak te kiezen. Wanneer zij onderbroken worden in hun gewoontegetrouwe patronen kunnen mensen met een dergelijke stoornis angstig worden maar ook meer geneigd zijn om alternatieve strategieën te ontwikkelen om te leren omgaan met de onzekerheden van het leven. In groepstherapie kunnen zij tevens gebruik maken met de positieve bekrachtiging die zij zullen ontvangen wanneer het hen lukt iets op een andere manier te doen dan zij gewend zijn. Zij kunnen daar dan heel dankbaar voor zijn.

Wanneer iemand een ernstige dwangstoornis heeft is behandeling met medicijnen aangewezen. Meestal wordt clomipramine (Anafranil) als eerste genoemd. Het is niet bekend of het ook zinvol is dit medicijn aan mensen te geven met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Clomipramine maar ook fluvoxamine (Fevarin) en andere middelen die serotonine-verhogend werken kunnen zeker behulpzaam zijn wanneer dwanghandelingen en dwanggedachten (obsessies en compulsies) de voornaamste klachten zijn waarmee de patiënt komt.