brief psychotic disorder

Herkenning

Een reactieve psychose wordt alleen zo genoemd wanneer er een duidelijke, voor iedereen overweldigende stressfactor aanwijsbaar is. Terwijl er sprake is van psychose, lees: wanen, hallucinaties, verwarde spraak of gedesorganiseerd gedrag, kan er sprake zijn van emotionele labiliteit, schreeuwen of juist helemaal stilvallen. Vaak zijn aandacht en concentratie ernstig verlaagd, dringt nieuwe informatie nauwelijks door. Van de psychotische verschijnselen komt paranoia (achterdocht, wanen met achtervolgingsinhoud) waarschijnlijk het meeste voor. De diagnose wordt achteraf pas met zekerheid gesteld, wanneer gebleken is dat de psychotische verschijnselen niet langer dan een maand hebben geduurd en de patiënt volledig is hersteld. Een aantal patiënten zal niet zo snel herstellen en het komt nog al eens voor dat de diagnose zal moeten worden bijgesteld en dat er een langer durende, ernstige psychiatrische stoornis speelt.

Achtergrond

Toen de term ‘reactieve psychose’ werd ingevoerd was er nog maar weinig onderzoek naar gedaan. Tegenwoordig spreekt men van 'kortdurende psychotische stoornis' en daarover is al evenmin wat met zekerheid te zeggen. Er zijn aanwijzingen dat jongere mensen wat gemakkelijker een kortdurende psychose ontwikkelen na een ramp dan oudere. Er is op basis van individuele ervaringen wel gesuggereerd dat mensen met een reeds bestaande persoonlijkheidsstoornis of mensen die al eerder ernstige stress hebben meegemaakt, bijvoorbeeld door migratie, een groter risico hebben. Helemaal zeker is dit geenszins. Dat er sprake kan zijn van al te voren bestaande kwetsbaarheid die het risico verhoogt lijkt wel zo te zijn. Bij familieleden van mensen die een kortdurende (reactieve) psychose doormaakten komen stemmingsstoornissen vaker voor.

Behandeling

Iemand met een acute psychose kan voor zijn eigen veiligheid en die van de omgeving het beste in een beschermde omgeving van een psychiatrisch ziekenhuis worden behandeld. Medicamenteus wordt veelvuldig gebruik gemaakt van benzodiazepines. Deze zijn voor kortdurend gebruik bijzonder geschikt om spanning en angst te verminderen. In enkele gevallen leidt het gebruik van een benzodiazepine paradoxaal tot toename van agitatie en ontremming. Ook kunnen na langer durend gebruik bij het stoppen epileptische aanvallen optreden. Vaak wordt bij een psychose in eerste instantie een antipsychoticum voorgeschreven. De meeste ervaring is opgedaan met haloperidol, vanzelfsprekend in combinatie met een anticholinergicum tegen het ontwikkelen van acute bewegingsstoornissen. Hoewel de ergste verschijnselen met medicatie te behandelen zijn blijft de voornaamste taak voor de therapeut om te helpen het gebeurde te integreren. Het focus ligt op de gebeurtenis, op de psychotische episode zelf en op het ontwikkelen van aanpassingsstrategieën.