SSRI’s

De nieuwe generatie antidepressiva is niet bij toeval ontdekt, maar is ontwikkeld op basis van een specifieke theorie. Het werd in de jaren zeventig duidelijk dat de oude heropnameremmers (overwegend tricyclische middelen) werkzaam leken door de heropname van serotonine en noradrenaline in de zenuwuiteinden te blokkeren, terwijl hun bijwerkingen voor een groot deel het gevolg waren van de blokkade van cholinerge systemen. Deze bijwerkingen zijn voor de patiënt vervelend: droge mond, moeilijk plassen (bij mannen), duizeligheid en hartkloppingen.

Belangrijker is dat deze anticholinerge (bij)werking tot levensgevaarlijke gevolgen leidt bij overdosering. In een aantal farmaceutische bedrijven besloot men daarom middelen te ontwikkelen die wel depressies konden tegengaan, maar die minder tot geen aanleiding zouden geven tot (anticholinerge) bijwerkingen en niet gevaarlijk zouden zijn bij overdosering. Dit is goed gelukt.

De nieuwe antidepressiva werken door de heropname van alleen serotonine te blokkeren, de zogenaamde selectieve serotonine heropnameremmers of SSRI's (de meeste van de nieuwe middelen). Sommige remmen de heropname van zowel serotonine als noradrenaline, de serotonine-noradrenaline heropname remmers of SNRI's. Geen van alle blokkeert in hoge mate het cholinerge systeem. Met name dit laatste aspect onderscheidt hen dus van de oude heropnameremmers.

Alle nieuwe antidepressiva worden snel via de darmen opgenomen en bereiken binnen enkele uren de maximale hoeveelheden in het bloed. De meeste middelen blijven lang (1 dag) tot zeer lang (6 dagen) in het bloed. Zij hoeven dus maar eenmaal daags te worden ingenomen. Afhankelijk van de bijwerkingen kunnen zij 's avonds of 's morgens worden ingenomen. Wanneer slapeloosheid optreedt kunnen zij het beste 's morgens worden ingenomen. Bij misselijkheid is 's avonds voor het slapen beter (de patiënt slaapt dan door de misselijkheid heen).

Alle nieuwe (serotonine) heropname remmers beïnvloeden de werking van de lever. Aangezien de lever verantwoordelijk is voor de afbraak van vele lichaameigen-, maar ook lichaamsvreemde stoffen, zoals bijvoorbeeld medicijnen, kunnen sommige van de nieuwe heropnameremmers de afbraak van andere medicijnen veranderen. Het blijkt dat zij met name de afbraak verminderen van bloeddrukverlagende medicijnen en van antipsychotica. Wanneer patiënten dergelijke middelen gebruiken in combinatie met een van de nieuwe serotonine heropnameremmers, is voorzichtigheid geboden.

bijwerkingen

  • Ook de nieuwe antidepressiva geven aanleiding tot bijwerkingen. Deze zijn voor alle min of meer dezelfde en hangen samen met hun effect op het serotonine systeem: misselijkheid, hoofdpijn en soms migraine.
  • Daarnaast treedt in het beging van de beghandeling nogal eens onrust op. Er bestaan marginale verschillen in de mate waarin de middelen deze effecten vertonen. De bijwerkingen zijn met name bij het begin van de behandeling aanwezig. Langzame ophoging van de dosering maakt dat het lichaam geleidelijk aan de stof went waardoor de bijwerkingen zeer zelden reden zijn tot stoppen met met middel.
  • Sommige van deze middelen kunnen ook seksuele bijwerkingen vertonen, zoals moeite met klaarkomen, impotentie en verminderde seksuele interesse.
  • Bijwerkingen die optreden bij gebruik van de oude heropnameremmers, zoals droge mond, wazig zien, hartkloppingen, duizeligheid, moeite met plassen, vertonen zij niet of nauwelijks.

voorzorgsmaatregelen

Als grootste voordeel van de nieuwe heropnameremmers geldt dat zij veilig zijn. Zelfs bij hoge overdoseringen zijn zij, mits niet met andere middelen gecombineerd, niet (levens)gevaarlijk. Dood door overdosis met een van de nieuwe heropnameremmers is (bijna) nooit beschreven. Deze medicijnen zijn echter wel gevaarlijk wanneer zij worden gecombineerd (ook bij gewone doseringen) met MAO-remmers en -in mindere mate- met de oude heropnameremmers.

Het over all risico op suïcide is niet hoger is tijdens de behandeling. Men kan v eilig stellen dat het aantal suicides door het ter beschikking komen van wekzame medicijnen tegen depressie is afgenomen. Maar het was al langer bekend dat met name in de eerste weken van de behandeling door antidepressiva de gedachten aan de dood en het verlangen er niet meer te zijn zich voor het eerst of sterker dan ooit kunnen manifesteren. Aan het begin van de behandeling met antidepressiva werd en wordt bij onvoldoende uitleg en voorzorgsmaatregelen de kans op suïcide dus wel groter.

Verslavend zijn antidepressiva niet. Er treedt geen tolerantie op voor deze middelen, dat wil zeggen dat je niet steeds meer nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken zoals dat met verslavende middelen het geval is. Dat neemt niet weg dat het soms moeilijk is om met SSRI's te stoppen. Met name paroxetine is berucht door de onttrekkingsverschijnselen wanneer je er ineens mee stopt. Tintelingen, spierschokjes, duizeligheid, rusteloosheid, overgevoeligheid voor licht en geluidsprikkels zijn ondermeer beschreven. Een mogelijke verklaring voor moeilijkheden bij het stoppen met paroxetine ligt in het feit dat het snel door het lichaam wordt afgebroken, in tegenstelling tot fluoxetine dat een lange halfwaardetijd heeft. De meeste mensen die paroxetine hebben gebruikt kennen de ontrekkingsverschijnselen van paroxetine wanneer ze per ongeluk een dag vergeten zijn het in te nemen. Soms lijken de verschijnselen van onttrekking echter sterk op de oorspronkelijke klachten waarvoor het medicijn genomen werd. Het is ook waar dat de klachten terug kunnen keren na staken van de medicatie. Het onderscheid is soms moeilijk en daarom is nauwlettendheid geboden en is het zaak om met de behandelend psychiater de mogelijke strategieën door te nemen. (Zie ook 'stoppen met medicijnen'.)

Er zijn geen patiënten die deze middelen bij voorbaat niet zouden mogen gebruiken. Voorzichtigheid is echter geboden bij patiënten die al andere middelen gebruiken, zoals bijvoorbeeld middelen tegen hoge bloeddruk. De meeste van de serotonine heropnameremmers kunnen namelijk de werking van dergelijke middelen beïnvloeden.

Omdat de heropnameremmers ook na stoppen van gebruik nog enkele dagen tot weken in het bloed blijven, is het nodig om twee weken te wachten voordat men na het gebruik van een SSRI een MAO-remmer kan toepassen. Voor Prozac geldt zelfs een wachtperiode van zes weken.

bloedspiegelbepaling

Het bepalen van de hoeveelheid nieuwe antidepressiva in het bloed heeft geen zin. Voor geen van deze middelen is aangetoond dat er een verband bestaat tussen de hoeveelheid van het middel in het bloed (de bloedspiegel) en de mate van werkzaamheid.