alcohol

herkenning

Alcoholgebruik is zo gewoon dat alcoholmisbruik bijna ook gewoon is. Je beschouwt jezelf niet als een alcoholist, maar voldoet bij nadere bestudering wel degelijk aan de criteria die daar door de WHO en andere classificeerders voor zijn opgesteld. Drink je jezelf wel eens moed in? Ben je regelmatig somber of zelfs angstig? Wanneer iemand aan je vroeg hoeveel glazen je drinkt heb je er toen één of meer glaasjes van afgetrokken?

Het kan zijn dat er alcoholmisbruik of afhankelijkheid in je familie voorkomt. Ook kan het zijn dat je vader of moeder aan een stemmingsstoornis leed. Iedereen heeft problemen. Altijd is er wel uitzicht op een oplossing. Alcoholisten zien vaak die oplossing niet en drank helpt hen om met onopgeloste problemen verder te leven. Je hebt je wel eens geschaamd en op je werk gedacht dat anderen konden ruiken dat je de avond tevoren teveel had gedronken. Ook heb je je waarschijnlijk wel eens ziek gemeld zonder op te biechten dat je ziek was van een kater. Vooral op je werk mogen ze er niet achter komen.

Wanneer je zorgen heb over het drankgebruik van je partner dan is de kans groot dat je zelf ook drinkt en dat het herkennen van het probleem bij de ander een pijnlijke conclusie over jezelf inhoudt. Wanneer je merkt dat degene om wie je je zorgen maakt in het geheim drinkt of zijn of haar drankgebruik beduidend onschuldiger doet voorkomen dan jij weet dat het echt is, dan kan dat een signaal zijn dat er sprake is van misbruik of afhankelijkheid van alcohol.

Alcoholmisbruik leidt na een korte periode van opleving tot een verminderd reactievermogen. De gedachten gaan onsamenhangend verlopen. Dit gebeurt al bij een concentratie van 0,5 promille. Bij toenemende concentratie van alcohol in het bloed (1 ‰) treden coördinatiestoornissen op. Bij 2 ‰ zijn alle hersendelen die de bewegingen coördineren onderdrukt en bij 3 ‰ is de persoon in de war of al buiten bewustzijn.

Hoewel alcohol kan helpen bij het inslapen treedt er een verstoring van het slaapritme op met verminderde Remslaap. Na inname van een fikse hoeveelheid alcohol wordt iemand vroeg wakker en kan dan meestal de slaap niet meer vatten.

De meest dramatische effecten spelen zich af in de lever. De lever is het orgaan waar alcohol wordt afgebroken en omgezet. Zelfs kort gebruik van alcohol leidt tot een vervetting van de lever met stapeling van vet en eiwitten. De lever wordt bij langdurig drinken geleidelijk groter door deze vervetting. Ontsteking van de lever en de alvleesklier zijn het gevolg en kan dodelijk verlopen. Uiteindelijk geeft de lever het op en schrompelt weg. Dit heet levercirrhose. Aangezien het bloed uit de darmen bij cirrhose niet goed meer door de lever kan stromen ontstaat extreem hoge bloeddruk in de bloedvaten van de darmen. Hierdoor kunnen een soort aambeien in de slokdarm ontstaan van waaruit een patiënt dood kan bloeden. Het eindstadium van een door alcohol aangetaste lever wordt hierdoor gekenmerkt, evenals door een geleidelijk stijgend ammoniakgehalte van het bloed. Het slijmvlies van de maag en de darmen kan door het plaatselijke effect van alcoholhoudende drank worden aangetast. In combinatie met verstoorde functie van de lever kunnen stoornissen optreden in de opname van essentiële voedingsstoffen. Ten gevolge van de slechte voedingsgewoonten die mensen die alcohol misbruiken er vaak op na houden, kan een gevaarlijk tekort aan vitamine B (m.n. van thiamine, Vit. B1) ontstaan met neurologische stoornissen tot gevolg (Ziekte van Wernicke).

Alcohol heeft een effect op de circulatie door verhoging van de bloeddruk en verstoring van het vet en eiwitmetabolisme. Hierdoor neemt het risico op hart- en vaatziekten toe. Tevens heeft alcohol een direct giftig effect op de hartspier waardoor bij overdosering acute dood kan optreden.

Aangezien veel medicijnen door de lever worden omgezet kunnen er in combinatie met alcohol allerlei zeer gevaarlijke interacties optreden. Over het algemeen dient een combinatie van medicijnen en alcohol te worden afgeraden.

verschijnselen

De volgende lichamelijke verschijnselen kunnen optreden bij alcoholmisbruik, gewenning en verslaving:

  • onder invloed zijn (intoxicatie)
  • onthoudingsverschijnselen
  • onthoudingsdelier (delirium tremens)
  • alcoholdementie
  • alcoholparanoia en hallucinose
  • de effecten van alcoholisme tijdens de zwangerschap op de pasgeborene

intoxicatie

Tekenen van alcoholintoxicatie zijn lallende spraak, coördinatiestoornissen, onzekere gang, verstoorde volgbewegingen van de ogen, aandacht- en geheugenproblemen en bewusteloosheid. Er kunnen complicaties optreden doordat iemand valt of doordat iemand buiten in de kou bevriest. Door verslikken in braaksel kan gevaarlijke longontsteking ontstaan. Ten gevolge van onderdrukking van het afweersysteem krijgen mensen met alcoholintoxicatie makkelijker infecties, oude tuberculose kan opnieuw opvlammen. Inname van (over)grote hoeveelheden alcohol kan leiden tot coma, ademstilstand en dood. De geheugenproblemen bestaan doorgaans uit het zich niet meer kunnen herinneren wat er tijdens de roes is voorgevallen, hoe men thuis is gekomen etc. Soms heeft er tijdens zo'n "black-out" doelgericht gedrag plaatsgevonden zoals naar huis fietsen, ontkleden en in bed terecht komen. Iemand kan echter ook z'n geld hebben verstopt of betrokken zijn geweest bij een vechtpartij zonder zich daar naderhand nog iets van te kunnen herinneren.

onthouding

Tekenen van alcoholonthouding zijn: hyperactiviteit van het autonome zenuwstelsel (zweten, hartkloppingen), trillen van de handen, slapeloosheid, misselijkheid en braken, waarnemingsstoornissen (hallucinaties), onrust en epileptische aanvallen. De meeste van deze verschijnselen spreken voor zich. De trillerigheid is het klassieke verschijnsel waar de onthouding vaak mee begint. Hallucinaties zijn waarnemingen van dingen die er niet zijn. De patiënt kan beestjes zien of voelen. Meestal begint dit 8 tot 12 uur na de laatste inname van alcohol. Epileptische aanvallen ontwikkelen zich meestal binnen 24 uur terwijl een delier zich drie dagen tot een week na het begin van de onthoudingsverschijnselen kan ontwikkelen.

Het alcoholonthoudingsdelier wordt gekenmerkt door (wisselende) bewustzijnsstoornissen, desoriëntatie, zweten, trillen, hartkloppingen en andere verschijnselen van hyperactiviteit van het autonome zenuwstelsel, verstoorde waarnemingen (hallucinaties) met bewegingsonrust. Het ontwikkelt zich in aansluiting op het plotseling stoppen met alcoholgebruik. Het delirium tremens of alcoholonthoudingsdelier is een zeer gevaarlijke toestand. De patiënten vormen een gevaar voor zichzelf en anderen doordat zij zeer impulsief kunnen zijn, zelfmoordpogingen kunnen doen. Op grond van hun verstoorde waarnemingen en gedachten kunnen zij zich zo bedreigd voelen dat zij agressief worden. De patiënt weet vaak niet waar hij is. Hoewel er van tevoren epileptische aanvallen opgetreden kunnen zijn kan het onthoudingsdelier ook zonder die voortekenen ontstaan. Mensen die een alcoholonthoudingsdelier ontwikkelen na stoppen met drinken zijn gewoonlijk al vijf jaar of langer aan de drank. Vooral mensen die af en toe heel grote hoeveelheden drinken en dan weer een tijd niet of minder, kunnen een verhoogd risico hebben op het uiteindelijk ontwikkelen van een delier na stoppen.

geheugenstoornissen

De geheugenstoornis bij alcoholisme is beter bekend onder de naam Syndroom van Korsakov. De patiënt kan geen dingen onthouden en kan proberen dit te verbergen door de gaten die in het geheugen vallen op te vullen met verzinsels. Daarnaast kan er een stoornis optreden in het spreken, in eenvoudige handelingen, in het herkennen van objecten (en uiteindelijk ook personen) en in het ten uitvoer brengen van geplande taken. Tenslotte is er sprake van alcoholdementie. Het treedt op na zeer langdurig alcoholmisbruik en wordt zelden gezien bij mensen onder de 35 jaar. Vaak treden de geheugenstoornissen op in combinatie met neurologische uitval ten gevolge van tekort aan Thiamine, Vitamine B1 (Ziekte van Wernicke-Korsakov).

paranoia en hallucinose

Tekenen van alcoholhallucinose en alcoholparanoia zijn verstoorde waarneming en/of waanideeën tijdens het gebruik van alcohol.. Na onthouding van alcohol kunnen verstoorde waarnemingen in de vorm van hallucinaties ontstaan. Er is dan vaak ook sprake van bewustzijnsverandering, dus een delirium. Maar ook tijdens het onder invloed zijn kan iemand stemmen horen, volgens de leerboeken zelfs spreekkoren. Alcoholparanoia treedt zelden op maar is een klassieke achtervolgingswaan die optreedt tijdens alcoholintoxicatie. Het gaat gepaard met heftige angst. Zeer agressieve gedragingen kunnen er op volgen. Mogelijk dat de jaloersheidswaan (Othellosyndroom) ook makkelijker ontstaat tijdens alcoholintoxicatie.

pasgeborene

Een klein hoofdje, lage inplant van de oren, een brede neusrug en aangeboren hartafwijkingen bij pasgeborenen zijn tekenen van alcoholmisbruik door de moeder tijdens de zwangerschap zijn. Alcoholmisbruik door de aanstaande moeder tijdens de zwangerschap kan zeer nadelige gevolgen hebben voor het kind. Naast de bovengenoemde lichamelijke afwijkingen is het waarschijnlijk de meest voorkomende oorzaak van mentale retardatie (zwakbegaafdheid) bij kinderen. Dit is echter niet direct bij de geboorte merkbaar. De kinderen vertonen naast de leermoeilijkheden ook een achterstand in de lichamelijke groei en ontwikkeling. Vaak komen er gedragsproblemen bij.

achtergrond

De term alcoholisme omvat zowel misbruik als afhankelijkheid. Alcoholmisbruik en -afhankelijkheid komen van alle verslavingen het meeste voor. De consumptie van alcohol komt heel veel voor. Weinig mensen zullen nog nooit een alcoholhoudende drank hebben gedronken. De helft van de mensen drinkt regelmatig, de helft daarvan drinkt bier, ongeveer een derde sterke drank terwijl het gebruik van wijn de laatste jaren toeneemt. Er zijn grote verschillen tussen bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland. 10 procent van de vrouwen en 20 procent van de mannen heeft een geschiedenis van alcoholmisbruik terwijl respectievelijk 5 en 10 procent aan de criteria voldoet van alcoholafhankelijkheid.

Bij de helft van alle verkeersongelukken (‘s avonds laat bij driekwart) is alcohol in het spel. Overigens wil dat niet zeggen dat een betrokkene ook een met alcohol samenhangende stoornis heeft, want die kan ook gewoon een keer onder invloed zijn. Bij de helft van de moordzaken is eveneens sprake van onder invloed zijn van alcohol, hierbij is wél bekend dat het vaak alcoholgerelateerde stoornissen betreft. Dit is bij 25 procent van zelfmoorden ook het geval. De meest voorkomende doodsoorzaak in relatie met alcohol is zelfmoord, kanker, hartkwalen en leverziekten. Er zijn bij alcoholgerelateerde stoornissen vaak ook andere psychiatrische problemen. Er kan sprake zijn van een (vaak antisociale) persoonlijkheidsstoornis maar 30 tot 40 procent van mensen met een alcoholprobleem heeft of krijgt een depressie en 25 tot misschien wel 50 procent heeft ooit last van een angststoornis.

Er zijn zowel erfelijke als omgevingsfactoren aangetoond voor psychiatrische stoornissen die met alcoholgebruik samenhangen. Enerzijds komt alcoholisme in families voor en hebben eeneiïge tweelingen het vaker allebei dan dat zij hierin verschillen. Kinderen van ouders met alcoholmisbruik hebben een hoger risico. Kinderen die later problemen krijgen met alcohol hebben vaak kleine neurologische afwijkingen. Kinderen met een aandachtstekortstoornis en hyperactiviteit (ADHD) hebben een groter risico om later problemen met alcohol (en drugs) te krijgen. Alcoholmisbruik komt in alle lagen van de bevolking voor. Jongeren die voortijdig de school verlaten hebben een hoger risico, terwijl mensen in de hogere sociale klassen met een hoge opleidingsgraad dat juist ook hebben.

behandeling

De meeste professionals denken dat stoppen met drinken de beste behandeling is voor alcoholmisbruik. Meestal wordt een vorm van gereguleerd drinken niet als de beste strategie gezien. Patiënten met alcoholgerelateerde problematiek komen meestal niet uit zichzelf voor een behandeling. Het kan een partner zijn die heeft aangedrongen, maar meestal is het bevel van een werkgever van groter gewicht. De beste behandelresultaten worden geboekt bij mensen die uit zichzelf komen omdat zij tot de conclusie zijn gekomen dat zij een probleem met alcohol hebben.

Psychotherapie dient gericht te zijn op de redenen waarom iemand drinkt, waarbij een analyse kan worden gemaakt van de omstandigheden waaronder iemand tot drinken komt of is gekomen en waarbij onderzocht wordt welke strategieën de betrokkene heeft ontwikkeld in het omgaan met problemen. Soms is het zeer nuttig gebleken om de partner nauw bij de behandeling te betrekken. De houding van de therapeut dient actief te zijn aangezien het tegengestelde geïnterpreteerd kan worden als een teken dat het blijkbaar niet zo belangrijk is. Uitgebreid aandacht zal besteed moeten worden aan mogelijk onderliggende of nevengeschikte stemmingsstoornissen en angststoornissen.

Naast individuele of groepsbehandeling is verwijzing naar Anonieme Alcoholisten (AA) aanbevolen. Vaak bestaat er in het begin een grote weerstand om zich bij een dergelijke organisatie aan te sluiten. Later ondervinden heel veel mensen veel steun en kunnen enthousiaste medewerkers worden.

Wanneer het duidelijk wordt dat er een dubbele diagnose is, bijvoorbeeld een stemmingsstoornis of een psychotische stoornis dan zullen de medicijnen voor die onderliggende stoornis onmisbaar zijn. Daarnaast zijn er middelen die de zucht naar alcohol tegengaan en middelen die in combinatie met alcohol grote aversie teweegbrengen. Indien er vier weken na het stoppen met alcohol verschijnselen van angst of depressie aanwezig zijn is behandeling met een serotonineverhogend antidepressivum geïndiceerd. Benzodiazepines dienen in verband met optredende gewenning en afhankelijkheid beter niet en zeker niet lang gegeven worden. Propranolol kan ondersteuning bieden bij lichamelijke verschijnselen van angst en spanning zoals die optreedt bij podiumangst en sociale fobie.

Disulfiram (Refusal) is een medicijn dat twee dagen werkt en ingezet kan worden bij de trouw aan de belofte niet te zullen drinken. Combinatie met alcohol geeft direct de verschijnselen van een heel erge kater met misselijkheid en vermoeidheid. Er moet dus minstens 24 uur zitten tussen de laatste inname van alcohol en de start met disulfiram. Het middel moet niet of met bijzondere voorzorg worden toegepast bij mensen met hartklachten, chronische longziekten, gestoorde nierfunctie, leverziekten, zwangerschap en epilepsie. Combinatie met tricyclische antidepressiva dient te worden vermeden in verband met mogelijke hartritmestoornissen. Onderzoek is gaande naar het nut van middelen die de zucht naar alcohol, de craving verminderen. Sommige middelen die het op het dopaminesysteem werken bezitten die eigenschap. Ook sommige serotonerge antidepressiva kunnen een gunstig effect hebben. Bij alcoholverslaving heeft acamprosaat (merknaam: Campral) inmiddels een vaste plaats verworven. Het gebruik van lithium is aangewezen bij bipolaire stoornissen. Zowel het alcoholmisbruik als de stemmingsschommelingen kunnen hier goed op reageren.

de partners

Partners en vrienden van mensen met alcoholmisbruik of afhankelijkheid hebben iemand nodig die hen bij kan staan in het omgaan met hun geliefde. Vaak komt het er op neer dat zij in de loop van tijd veel van hun gevoel van eigenwaarde hebben verloren en geholpen moeten worden zich niet schuldig of verantwoordelijk te voelen voor het probleem van hun partner. Ook kunnen zij proberen een bestaan voor zichzelf op te bouwen waar dit jaren in het teken van de ander heeft gestaan.

Geholpen worden je niet schuldig te voelen is goed. Je bent niet schuldig aan het drankmisbruik van een ander. Dat neemt niet weg dat het zinvol kan zijn om je eigen rol te onderzoeken. Je kunt ontdekken dat je eigen afhankelijkheid heeft bijgedragen aan de situatie. Met zelfverwijten schiet je niet veel op en het is moeilijk een positieve wending aan je eigen leven te geven. Het kan zijn dat je tegen je gevoel in moet gaan dat zegt dat je je partner, vriend of familielid niet in de steek mag laten. Omdat alcoholgerelateerde problemen vaak bestaan in het kader van het wankele evenwicht in een moeizame relatie (waarin ook mishandeling aan de orde kan zijn) is iedere verandering die een verstoring van het evenwicht met zich meebrengt ook een mogelijke punt van aangrijpen voor verbetering.

Tot slot: iemand helpen met een alcoholgerelateerde stoornis moet je niet in je eentje proberen te doen.