generalized anxiety disorder

Herkenning

Met name vanwege het frequent optreden van spierpijn en vermoeidheid zullen veel patiënten met een algemene angststoornis de dokter bezoeken vanwege lichamelijke klachten. Zij hebben meestal zelf het idee dat deze kwalen het gevolg zijn van een lichamelijke ziekte.

Dergelijke patiënten bezoeken de arts in verband met rugpijn, hoofdpijn, of omdat zij bang zijn aan een hartziekte (vanwege de hartkloppingen) of aan een darmkwaal (vanwege de diarree) te lijden. Sommigen zullen, ook nadat uitgebreid medisch onderzoek geen lichamelijke ziekten aan het licht heeft gebracht, er niet van overtuigd raken dat hun verschijnselen het gevolg zijn van een psychiatrische aandoening.

Gespannenheid

De gespannenheid uit zich zowel in psychologische als in lichamelijke verschijnselen. De persoon voelt zich opgejaagd en heeft het gevoel een opgedraaide veer te zijn. Daarnaast heeft hij last van spierpijn, rug- en hoofdpijn die alle het gevolg zijn van te strak aangespannen spieren. De hoofdpijn is alsof een strakke band om het hoofd zit. De pijn in de rug bevindt zich meestal onderin. Tenslotte is de persoon voortdurend moe.

De meeste lichamelijke klachten zijn het gevolg van angst en spanning, en bestaan uit kortademigheid, hartkloppingen, zweten, duizeligheid, vaak moeten urineren en diarree. Deze verschijnselen zijn vaak langdurig aanwezig.

Overdreven alertheid

Patiënten met algemene angststoornis zijn vaak overdreven alert. Zij zijn schrikachtig en hebben aan een stuk door het gevoel dat zij op de 'uitkijk' moeten zijn voor gevaar. Vanwege deze overdreven waakzaamheid kunnen zij slechts met moeite en na lange tijd wakker te hebben gelegen in slaap vallen.

Piekeren

Piekeren is één van de kardinale verschijnselen van de algemene angststoornis, maar is soms moeilijk te onderscheiden van depressieve gedachten. Het piekeren is bijna een karaktertrek van de patiënt. Hij ziet alles zwaar en somber in en zal in het algemeen geneigd zijn problemen te zien waar de meeste anderen dit niet doen. De persoon maakt zich zorgen om relatief luttele gebeurtenissen en 'ziet overal tegenop'.

Achtergrond

  • komt bij 2-3% van de bevolking voor
  • ontstaat in de puberteit of vroege volwassenheid
  • meestal levenslang aanwezig
  • vaak voorloper van depressieve stoornis

Behandeling

De belangrijkste kwestie in de omgang met een patiënt met een algemene angststoornis is dat dergelijke patiënten vaak niet beseffen dat hun voornaamste verschijnselen het gevolg zijn van angst. Zij zijn er namelijk van overtuigd aan een lichamelijke ziekte te lijden. Dit is niet zo verwonderlijk, aangezien angstverschijnselen zich veelal uiten in lichamelijke symptomen, zoals spierpijn, moeheid in de benen, hoofdpijn, misselijkheid en diarree.

Patiënten met een algemene angststoornis zullen dan ook dikwijls een arts bezoeken omdat zij menen een lichamelijke ziekte te hebben; als gevolg daarvan -soms slechts ter geruststelling- worden zij uitgebreid lichamelijk onderzocht, inclusief bloed- en hartonderzoek.

Wanneer er geen aanwijzingen worden gevonden voor lichamelijke ziekten en bekend is dat de persoon in kwestie altijd al een gespannen type is geweest, help hem dan ervan te overtuigen dat er geen sprake is van een lichamelijke aandoening, maar van algemene angstverschijnselen. Aangezien de verschijnselen daarvan kunnen worden verminderd, is het verstandig de persoon te stimuleren professionele (psychiatrische of psychologische) hulp te zoeken.

De algemene angstverschijnselen kunnen behandeld worden met psychotherapie of met medicijnen.

Hoewel verschillende psychotherapeutische technieken worden toegepast bij de behandeling van algemene angststoornis is de werkzaamheid daarvan niet goed onderzocht. Het best bestudeerd zijn de cognitieve gedragstherapieën en ontspanningsoefeningen. Cognitieve therapie, dat wil zeggen een behandeling die erop is gericht om de patiënt het irreële en onnodige van het piekeren te laten inzien, gekoppeld aan ontspanningstechnieken, verminderen in enige mate de angstverschijnselen. Nog niet is aangetoond of dergelijke therapieën ook op de lange termijn patiënten van hun klachten afhelpen.

Vanzelfsprekend geldt dat wanneer de algemene angstklachten in stand worden gehouden door voortdurend aanwezige conflicten, het oplossen van deze problemen kan leiden tot het verminderen van de angstklachten. Zoals gezegd, lijkt er echter voornamelijk sprake te zijn van een 'levenslange' aandoening, die dus niet zozeer een gevolg zal zijn van tijdelijke conflicten of problemen. Hoewel psychoanalytische theorieën stellen dat de aanwezige angst een gevolg is van in de kindertijd opgedane problemen, is de werkzaamheid van psychoanalytische behandelingstechnieken bij een algemene angststoornis niet aangetoond.

Behandeling is mogelijk met slaap- en kalmerende middelen (benzodiazepines, één van de weinige indicaties om, als niets anders helpt, langdurig langwerkende benzodiazepines voor te schrijven).
Soms heeft een antidepressivum de voorkeur, omdat vaak een onderliggende concentratiestoornis, als onderdeel van het depressie-spectrum, het belangrijkste is om te behandelen. Veel patiënten kunnen ook léren zich beter te concentreren en daardoor de invloed van de klachten op hun bestaan terugbrengen tot een leefbaar niveau. Of mindfulness training net zo goed helpt bij deze stoornis als bij het voorkomen van terugkerende depressies is nog niet goed onderzocht.