schizoaffective disorder

Herkenning

Kenmerkend van de schizoaffectieve stoornis is dat er bij de patiënt duidelijke verschijnselen zijn van stoornissen in de stemming zoals die worden gezien bij een patiënt met manisch-depressieve stoornis. Maar, in tegenstelling tot patiënten met bipolaire stoornis, functioneert de patiënt met schizoaffectieve stoornis tijdens de periodes waarin er geen sprake is van veranderde stemming, niet normaal. Tussen de episodes van verhoogde of verlaagde stemming (manie of depressie) bestaan langdurige periodes waarin de patiënt psychotisch is (dus zonder dat er sprake is van een veranderde stemming). Anders gezegd, patiënten met een schizoaffectieve stoornis zijn langdurig psychotisch waarbij zich zo nu en dan ook manische of depressieve episodes kunnen voordoen.

Bij de manisch-depressieve vorm komen naast de voortdurende psychotische verschijnselen ('schizofrene' symptomen) manische en depressieve episodes voor. Bij de depressieve vorm worden naast psychotische verschijnselen (de 'schizofrene' verschijnselen van de stoornis) alleen depressieve (en dus geen hypomane of manische) episodes gezien. Vanwege de ingewikkeldheid van de aandoening, die misschien niet eens een aparte ziekte betreft is het raadzaam om zowel over schizofrenie als over de bipolaire stoornis goed geïnformeerd te zijn.

Achtergrond

Er is een jarenlange discussie gaande of schizoaffectieve stoornis een aparte aandoening is, of een groep verschijnselen vormt die tussen schizofrenie en manisch-depressieve stoornis in ligt. Schizofrenie is een aandoening die wordt gekenmerkt door psychotische verschijnselen, emotionele afvlakking en achteruitgang in het functioneren. Bij bipolaire stoornis kunnen ook psychotische verschijnselen voorkomen, maar daar staat de veranderde stemming op de voorgrond.

Over het voorkomen van schizoaffectieve stoornis is weinig bekend, hetgeen voor een groot deel te wijten is aan de wisselende definities van schizoaffectieve stoornis over de jaren.

Schizoaffectieve stoornis ontstaat waarschijnlijk omstreeks dezelfde leeftijd als schizofrenie, namelijk in de vroege volwassenheid. Het beloop van patiënten met een schizoaffectieve stoornis is beter dan bij patiënten met schizofrenie. Met name lijkt de aanwezigheid van stoornissen in de stemming bij te dragen tot een minder uitgesproken achteruitgang in het functioneren. Mogelijk dat het te maken heeft met de geringere aanwezigheid van de negatieve symptomen die, zoals beschreven bij schizofrenie, in belangrijke mate het beloop van de aandoening (in ongunstige zin) beïnvloeden. Het beloop bij schizoaffectieve stoornis is echter slechter dan bij een manisch-depressieve stoornis of bij patiënten met terugkerende depressieve episodes. Het functioneren gaat in algemene zin vaak wel achteruit; deze achteruitgang is minder uitgesproken dan bij schizofrenie, maar groter dan bij de stemmingsstoornissen.

Over de oorzaak van schizoaffectieve stoornis is nog opvallend weinig bekend. Erfelijke factoren lijken een rol te spelen: schizoaffectieve stoornis komt vaker voor bij families waarin mensen met schizofrenie of mensen met een manisch-depressieve stoornis voorkomen. Er is nog nauwelijks onderzoek gedaan naar neuroanatomische afwijkingen in de hersenen of naar functiestoornissen bij dergelijke patiënten in de hersenen. Eén van de redenen is wederom dat deze patiëntengroep niet goed omschreven is.

Behandeling

Aangezien de verschijnselen van een schizoaffectieve stoornis overeenkomen met die van schizofrenie en manisch-depressieve stoornis is het niet verbazingwekkend dat de aandoening ook verbetert door de medicijnen te combineren die voor patiënten met schizofrenie en voor patiënten met manisch-depressieve stoornis worden gebruikt. Schizoaffectieve stoornis lijkt dus inderdaad het midden te houden tussen schizofrenie en manisch-depressieve stoornis.

Behandeling van manische verschijnselen bij patiënten met schizoaffectieve stoornis is dezelfde als die bij patiënten met manie. Deze verschijnselen zullen bij patiënten, waarbij manische en/of depressieve periodes bij herhaling optreden, voorkomen dienen te worden, bijvoorbeeld met stabilisatoren

Aangezien bij patiënten met schizoaffectieve stoornis er sprake is van psychotische verschijnselen en daarbij zo nu en dan periodes met manische en/of depressieve verschijnselen voorkomen, is de behandeling van dergelijke patiënten vaak een combinatie van het gebruik van antipsychotica en het gebruik van stemmingsstabilisatoren zoals lithium.

Wanneer het patiënten betreft die voortdurend psychotisch zijn, maar waarbij zo nu en dan depressieve episodes optreden (en zich dus geen manische episodes voordoen), worden deze patiënten meestal behandeld met antipsychotische medicijnen en voor zolang het nodig is met antidepressieve medicijnen. Wanneer de depressieve episodes zich frequent voordoen, is onderhoudsbehandeling noodzakelijk met antidepressieve medicijnen.