Lithium

Lithium is een zout en lijkt als zodanig op natrium (een onderdeel van keukenzout). In de vorige eeuw werd lithium al toegepast als kalmerend middel, onder andere bij manische patiënten.

In een studie waar lithium werd gebruikt om een bepaalde biochemische reactie op te wekken in proefdieren, bleken deze dieren aanmerkelijk rustiger te worden toen ze lithium kregen. De onderzoeker, Dr. Cade, besloot lithium te geven aan drukke, psychiatrische patiënten. Het bleek dat lithium met name kalmerend werkte bij de manische patiënten uit deze groep.

Werking van lithium

Wanneer lithium bij manische patiënten wordt toegepast, heeft het geen onmiddellijk effect, maar moet eerst een voldoende hoeveelheid in het bloed worden opgebouwd. Dit duurt meestal enkele dagen tot een week. Voor de behandeling van acute manische toestandsbeelden moet de hoeveelheid lithium in het bloed (de zogenaamde bloedspiegel) binnen een bepaald bereik liggen, te weten tussen de 1,0 en 1,2 mg/l.

Lithium is, mits in voldoende hoeveelheid gebruikt, in 70% van de gevallen werkzaam bij acute manische periodes. Wanneer lithium wordt gebruikt ter voorkoming van manische en depressieve episodes, kan men met minder lithium toe: de lithiumconcentratie in het bloed dient dan tussen de 0,6 en 1,0 mg/l te bedragen (beter is tussen 0,8 en 1,0 mg/l). Wanneer het consequent (dagelijks) wordt gebruikt, zal lithium in tweederde van de gevallen manische en depressieve episodes voorkomen bij patiënten met manisch-depressieve stoornis.

Het werkingsmechanisme van lithium is niet opgehelderd. Waarschijnlijk bestaat een verband met de invloed van lithium op de stabiliteit van de zenuwmembraan. Ook is geopperd dat lithium werkt door de geleiding in bepaalde (serotonerge) zenuwbanen te veranderen. Hoewel het onduidelijk is hoe lithium werkt, is het onomstotelijk aangetoond dat het werkt.

Lithium wordt volledig en gemakkelijk uit de maag en darm opgenomen. Lithium heeft een plasmahalfwaardetijd van circa 24 uur. Alle preparaten worden bij voorkeur één keer per dag, liefst 's avonds, ingenomen. Dit verhoogt de therapietrouw. Het voordeel is tevens dat bepaalde bijwerkingen (zoals bijvoorbeeld misselijkheid) gedeeltelijk tijdens de slaap optreden.

Aangezien de uitscheiding van lithium vrijwel volledig op rekening komt van de nieren, is deze verminderd wanneer de nierfunctie is afgenomen (vaak bij oudere patiënten). Dan moet minder lithium worden gebruikt.

Wanneer lithium in de juiste hoeveelheden wordt ingenomen en de bloedspiegels niet stijgen boven de 1,5 mg/l is lithium veilig. Het is dus van groot belang dat er niet teveel lithium in het bloed komt. Dit is te voorkomen door een juiste dosering te gebruiken en door regelmatig de hoeveelheid lithium in het bloed te controleren. Wanneer degene die lithium gebruikt veelvuldig sport en dus vocht en zout verliest door zweten, moet hij ervoor zorgen voldoende te drinken en zoute spijzen te eten (hetzelfde geldt tijdens hete dagen).

Aangezien lithium een zout is, houden de hoeveelheid lithium en het gewone (keuken)zout in het bloed elkaar in evenwicht. Wanneer het gewone zout (en vocht) middels zweten verloren gaat, stijgt de hoeveelheid lithium in het bloed. Vandaar dat mensen die lithium gebruiken en veel zweten (vanwege lichamelijke inspanning of warm weer) vocht en zout moeten aanvullen.

Bloedspiegelbepaling

De bloedspiegelbepaling bij lithium is essentieel. Het lithiumgehalte in het bloed dient in het begin van de behandeling frequent te worden bepaald, vaak eenmaal per week. Wanneer een goede dosering is gevonden en de behandeling gericht is op het voorkomen van nieuwe episodes, kan een bloedspiegelbepaling vaak een keer per maand en later zelfs minder frequent geschieden.

Te lage bloedspiegels (dat wil zeggen onder 0,6 mg/l) vergroten het risico dat nieuwe manische of depressieve episodes ontstaan. Te hoge bloedspiegels (dat wil zeggen hoger dan 1,2 mg/l) dragen het risico van ernstige en toxische bijwerkingen met zich mee. Voor onderhoudsbehandelingen zijn spiegels tussen de 0,6 en 1,0 mg/l gebruik; voor de behandeling van acute manische en depressieve episodes tussen de 1,0 en 1,2 mg/l.

Voorzorgen Lithium kan beter niet gebruikt worden door patiënten met een verminderde nierfunctie, of met stoornissen in het hartritme. Zwangere vrouwen en zij die van plan zijn zwanger te worden dienen geen lithium te gebruiken. Voor behandeling worden, naast het gebruikelijke lichamelijke onderzoek, nierfunctie, hartfunctie (middels een elektrocardiogram, hartfilmpje) schildklierfunctie en -zo nodig- een zwangerschap test verricht.

Bijwerkingen:

  • Bij normale hoeveelheden lithium in het bloed
  • Bij te grote hoeveelheden lithium in het bloed
  • Op de lange termijn

Bij normale hoeveelheden lithium in het bloed

De meest voorkomende bijwerkingen zijn misselijkheid, diarree, gewichtstoename, trillen van de handen en problemen met concentreren.

De misselijkheid en diarree die door lithium wordt veroorzaakt, treedt met name op kort na inname van de tabletten. Deze kan worden verminderd door tabletten te gebruiken waar lithium langzaam uit vrijkomt (de zogenaamde "slow-release" preparaten) of door het lithium in kleine porties frequent over de dag te verdelen. Lithiumtabletten samen met de maaltijd innemen helpt ook.

Gewichtstoename kan optreden aangezien lithium vocht vasthoudt (het is immers een zout). Deze bijwerking kan moeilijk te vermijden zijn; soms is het nodig om plastabletten te gebruiken. Ook kan lithium dorstig maken, waardoor veel wordt gedronken en dientengevolge geürineerd.

Een andere, lastige, bijwerking is dat lithium soms leidt tot een fijne trilbeweging van de vingers, die het schrijven, schenken en eten bemoeilijkt. Het kan tevens als vervelend worden ervaren dat men zenuwachtig lijkt, terwijl dit niet het geval is. Indien verlaging van de dosering niet mogelijk is (vanwege terugkeer van symptomen) of niet helpt, kan het trillen worden tegengegaan door lage doseringen (10-40 mg driemaal daags) te gebruiken van een middel dat in hogere doseringen wordt gebruikt voor de behandeling van verhoogde bloeddruk, de bètablokker Inderal (propranolol).

Een vaak onderschatte bijwerking van lithium is dat het tot concentratieproblemen kan leiden. Deze verschijnselen zijn zo lastig dat ze de belangrijkste reden vormen waarom patiënten lithium niet meer willen gebruiken. De beste manier deze bijwerking tegen te gaan of te voorkomen, is een verlaging van de lithiumdosering.

Tenslotte kan lithium bepaalde huidafwijkingen, zoals acné (jeugdpuistjes) en psoriasis verergeren. Meestal is het dan noodzakelijk overleg te plegen met een huidarts.

De bovengenoemde bijwerkingen kunnen optreden bij doseringen van lithium die nodig zijn ter behandeling en voorkoming van manisch-depressieve beelden (de zogenaamde therapeutische dosis). Ze zijn derhalve soms moeilijk te vermijden. De beste manier om de bijwerkingen te verminderen, is zo weinig mogelijk lithium te gebruiken. Indien een lagere dosering echter leidt tot het hernieuwd optreden van verschijnselen van manie of depressie moeten soms andere medicijnen, zoals plaspillen of propranolol (Inderal), worden toegevoegd om de bijwerkingen tegen te gaan.

Bij te grote hoeveelheden lithium in het bloed

Wanneer de lithium dosis té hoog is, dat wil zeggen hoger dan noodzakelijk (meestal hoger dan 1,5 mg/l) treden ernstige bijwerkingen op. Deze verschijnselen worden "toxisch" (giftig) genoemd.

Toxische verschijnselen van lithium (in volgorde van optreden)

  • trillen aan handen wordt erger
  • duizeligheid
  • problemen met evenwicht
  • ‘dronkemansloop’
  • onduidelijk praten
  • dubbelzien
  • verwardheid
  • bewusteloosheid

Bij stijging van de hoeveelheid lithium in het bloed doen de toxische effecten zich voor in de hierboven weergegeven volgorde. Aanvankelijk heeft de persoon het gevoel op watten te lopen, het evenwicht gemakkelijk te verliezen, alsof hij ieder moment kan omvallen. De omgeving ziet vaak aan de patiënt dat hij een "dronkemansloop" heeft. Wanneer de lithiumhoeveelheid in het bloed verder stijgt, treedt dubbelzien en onduidelijk praten op. Tenslotte wordt de patiënt verward en raakt hij bewusteloos.

Vanzelfsprekend dient, wanneer dergelijke verschijnselen zich voordoen een arts te worden gewaarschuwd. De behandeling zal in eerste instantie bestaan uit het (tijdelijk) staken van het lithium totdat weer een normale hoeveelheid in het bloed is bereikt. Wanneer het lithiumgehalte veel te hoog is en de persoon ernstige bijverschijnselen vertoont, zoals bewusteloosheid, is tijdelijk nierdialyse (nierspoeling) nodig.

Op de lange termijn

Na jarenlang gebruik kunnen effecten optreden die met name betrekking hebben op nier- en schildklierfunctie. Deze zijn te voorkomen door lithium zorgvuldig en regelmatig in te nemen en door geregeld te (laten) controleren of het lithiumgehalte in het bloed niet te hoog is.

De effecten op de nieren komen in 20 tot 25% van de langdurig behandelde patiënten voor. Dit uit zich voornamelijk in het veelvuldig moeten plassen. Een verbetering is (tegenstrijdig genoeg) vaak te bereiken door het gebruik van plastabletten. Ondanks deze bijwerking is het onwaarschijnlijk -in tegenstelling tot hetgeen vroeger werd gedacht- dat lithium leidt tot ernstige nierbeschadiging.

Langdurig lithiumgebruik kan ook leiden tot een verminderde schildklierfunctie. Dit komt voor bij ongeveer een derde van de patiënten die langdurig lithium gebruikt. Het is het te behandelen door schildklierhormoon te gebruiken. Regelmatige controle van de nier- en schildklierfunctie is derhalve algemeen gebruik bij patiënten die langdurig lithium gebruiken.

Lithiumpreparaten

  • Camcolit (lithiumcarbonaat)
  • Litarex (lithiumcitraat )
  • Priadel (lithiumcarbonaat)

Toepassingen

  • Manisch-depressieve stoornis
  • Depressieve stoornis
  • Schizoaffectieve stoornis
  • Narcistische Persoonlijkheidsstoornis
  • Narcistische Persoonlijkheidsstoornis

Andere (slecht aangetoonde) toepassingen

Lithium wordt voor veel andere aandoeningen of ziektebeelden gebruikt. De werkzaamheid van lithium bij die aandoeningen is echter niet goed aangetoond. Zo wordt lithium voorgeschreven bij agressieve patiënten, bij patiënten met een mentale retardatie ('achterlijke' patiënten), bij patiënten die zichzelf beschadigen of bij anderszins moeilijk te hanteren patiënten. Bij geen van deze aandoeningen is de werkzaamheid van lithium echter op goede wetenschappelijke gronden aangetoond.